Jan Mannee

De musicus die van zijn beroep zijn hobby maakte

Jan Mannee (*20 augustus 1962) werd geboren in Barneveld. Zijn eerste muzikale ervaringen deed hij thuis op, zijn vader was een verdienstelijk amateur organist. Ook kwamen er andere musici over de vloer, waarbij de muzikale invloed van Gert van Surksum (1943 – 2008) mede bepalend is geweest voor verdere stappen in de muziek. Aanvankelijk leerde Jan zichzelf klavier spelen (afhankelijk van of er een piano of harmonium in huis aanwezig was) en werden regelmatig noten op een velletje muziekpapier genoteerd. Zijn eerste orgellessen ontving hij van Albert Brink, naast wie hij een aantal jaren het organistschap uitoefende in de Goede Herder Kerk te Barneveld. Aan het Utrechts Conservatorium studeerde hij orgel bij Theo Teunissen en hij behaalde in 1986 zijn diploma docerend musicus. Ook werden gedurende enige tijd lessen improvisatie (Jan Welmers) en kerkmuziek (Maarten Kooij) gevolgd. Het waren echter de lessen algemene en theoretische vakken bij Jan Mirck (o.a. contrapunt en harmonie) die hem aanzetten tot de eerste serieuze composities.

Er ontstonden eenvoudige orgelwerken en composities voor cantorij. Inmiddels in Ermelo woonachtig werd Jan organist van het Hervormd Kerkelijk Centrum aldaar en trad hij in 1987 als zingend lid toe tot Kleinkoor Caprice, een kamerkoor dat in de loop der jaren de belangrijke grote koorwerken uitvoerde, maar daarnaast ook een jaarlijkse kerstviering met Lessons and Carols uitvoert. Het lag voor de hand ook voor koor te gaan componeren en dit resulteerde in o.a. twee a capella missen, en een omvangrijke verzameling christmascarols, merendeels voor koor en orkest.
Daarnaast ontstonden er ook orgelwerken, meestal voor iemand of ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis geschreven. De stijl van de meeste werken kan als gematigd modern worden omschreven, waarbij vaak Franse stijl- en vormelementen zijn terug te vinden.